Nieuws

29
apr
2013

Belangrijkste resultaten DES-net Project

Belangrijkste resultaten DES-net Project

De onderzoeksresultaten van het DES-net Project zijn beschreven in een mooi proefschrift van ruim 245 pagina’s. Hier een samenvatting van de belangrijkste bevindingen.

  1. Het doel van promovenda Janneke Verloop was: de langetermijn gevolgen onderzoeken voor DES-dochters en hun kinderen als gevolg van de blootstelling aan DES. De specifieke onderwerpen die zij in haar proefschrift beschrijft zijn:
    1. het langetermijn risico op kanker bij DES-dochters vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking
    2. het langetermijn risico op het goedaardig voorstadium van baarmoederhalskanker bij DES-dochters vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking
    3. de effectiviteit van de cytologische screening (uitstrijkjes) op baarmoederhals- en vaginakanker bij DES-dochters, waarbij DES-dochters met kanker vergeleken zijn met DES-dochters zonder kanker
    4. het risico op hypospadie en andere aangeboren urogenitale afwijkingen bij de kinderen van DES-dochters vergeleken met de kinderen van niet-blootgestelde vrouwen.


Kanker bij DES-dochters (1 +2)

Het onderzoek naar het langetermijn risico op kanker vergeleken met de algemene Nederlandse bevolking, laat in het algemeen geen verhoogd risico op kanker zien. Wel is het risico op CCAC duidelijk verhoogd. Dit risico blijft ook verhoogd bij een leeftijd van 40 jaar en ouder. Verder werd een hoger risico op melanoom (huidkanker) bij vrouwen  jonger dan 40 jaar waargenomen. Dit verschil wordt niet meer gezien bij vrouwen die ouder zijn dan 40 jaar. Het gaat echter om zeer kleine aantallen, dus meer onderzoek is nodig voordat hier definitief conclusies over kunnen worden getrokken. Anders dan uit onderzoek uit de Verenigde Staten, wordt er geen verhoogd risico op borstkanker op latere leeftijd waargenomen. Een aanbeveling tot intensievere mammascreening is dan ook niet nodig. DES-dochters hebben een verhoogd risico op een goedaardig voorstadium van baarmoederhals kanker (CIN 1). Het risico op CIN2+ (inclusief kanker) is niet verhoogd. DES dochters lijken dus geen verhoogd risico te hebben op baarmoederhalskanker.

Effectiviteit screening bij DES-dochters (3)
Vanwege het verhoogde risico op CCAC van de vagina en/of baarmoederhals wordt DES-dochters geadviseerd om regelmatig een uitstrijkje te laten maken. Uit het onderzoek blijkt screening niet effectief in de preventie van CCAC, wel in het ontdekken van deze kanker in een vroeg stadium. Door deze kanker in een vroeg stadium te ontdekken is de kans op een goede afloop groter. Screening is licht effectief bij de preventie van baarmoederhalskanker op oudere leeftijd. Het is dus verstandig om DES-dochters te blijven screenen volgens protocol.

Hypospadie bij DES-kleinzonen (4)
Hypospadie is een afwijking bij jongetjes, waarbij de plasbuis niet eindigt op de top van de penis, maar daaronder. Er kan geconcludeerd worden dat het risico op hypospadie bij zonen van DES-dochters verhoogd lijkt te zijn. Alhoewel er nog onvoldoende bekend is over het werkingsmechanisme van DES, zouden afwijkingen aan de baarmoederholte bij de moeder (de DES-dochter) bij het ontstaan van hypospadie bij hun zonen een rol kunnen spelen.

Betekenis voor DES-dochters
Gelukkig zijn er geen verontrustende nieuwe DES-gevolgen naar voren gekomen. Wel is het belangrijk dat we nu weten dat DES-dochters ook op latere leeftijd een verhoogd risico hebben op CCAC. Het laten maken van een uitstrijkje blijft dus belangrijk. De DES-dochters waren nog relatief jong aan het einde van de studieperiode (gemiddeld 44 jaar). Daarom is onderzoek op latere leeftijd zeker aan te bevelen. Speciale aandacht zou daarbij moeten uitgaan naar het in de gaten houden van het risico op CCAC, borstkanker, baarmoederhalskanker en melanoom.